Timing

En dan is er nog de vraag in welk stadium van daten een vrouw zich bevindt. Als ze pas begint, moet een man wel heel sterke papieren hebben of zij heel erge haast. Want ze weet maar nooit wat er allemaal nog op haar pad zou kunnen komen. Dus maar even afwachten en aankijken wat de markt te bieden heeft.
Vanuit de man gezien is het dus minder aantrekkelijk direct te reageren op een nieuwe aanmelding. Dan krijgt hij waarschijnlijk te maken met veel concurrentie. Maar hij moet ook niet al te lang wachten, als hij haar heel erg leuk vindt. Want dan is de vogel mogelijk al gevlogen. Het optimum zou weleens een leuke reactie zijn, nadat de dame in kwestie een aantal teleurstellende ervaringen heeft gehad en daardoor enige realiteitszins heeft ontwikkeld.

Volgens de (spel)theorie moet je een stuk of twaalf kandidaten gezien hebben om je een beeld te vormen van het aanbod en er achter te komen wat je in feite zoekt. En als de twaalfde of de dertiende leuker is dan alle voorgaanden, dan schijn je die te moeten kiezen. Daarna neemt de kans op succes weer af. Zeker op latere leeftijd, waarbij de jaren steeds zwaarder gaan tellen.

Uit een klein onderzoekje dat ik heb uitgevoerd op een bestand van e-Matching kwam naar voren dat er vanaf 55 jaar vrijwel altijd meer vrouwen ingeschreven staan dan mannen. En als je ervan uitgaat dat mannen een zekere voorkeur hebben voor wat jongere vrouwen, dan wordt de verhouding nog wat schever. Er is dus niet voor iedere ingeschreven vrouw een man beschikbaar.

Daar staat weer tegenover dat slechts (100 – leeftijd) % van de vrouwen nog daawerkelijk op zoek is naar een man. Bij de mannen ligt dat hoger, die zoeken verzorging (die de meeste vrouwen niet meer willen geven). Het verschil zit hem in de betere sociale invoering van vrouwen dan mannen. Vrouwen hebben hun kinderen, kleinkinderen, tennis, bridge, golf, koor, leesclub, wandelclub enzovoort. En de man de voetbalkantine (in extremo).

Soorten en maten

Je hebt geen haast en je gaat voor goud. That’s the spirit. Ikzelf ga wellicht voor zilver, omdat alle 13 goed niet zo vaak voorkomt. Kandidaten zijn er in vier smaken: mister Perfect, mister Right, mister Goodenough en mister Wrong. In romantische termen: de Prins op het Witte Paard, de hertog op een appelschimmel, de jonker op een muildier en de boer op een ezel. En de vrouwelijke pendanten daarvan. Probeer die eens zelf te benoemen en/ of te typeren.

Als je je gaat bewegen op de markt van liefde en geluk op latere leeftijd, kun je een aantal categorieën onderscheiden. Ik beschrijf die vanuit het mannelijk perspectief. Misschien kun je zelf de vertaling maken naar het vrouwelijke gezichtspunt.

1. Vrouwen die in goed overleg en zonder strijd van hun man zijn gescheiden. Alles is netjes geregeld en mogelijk zien zij elkaar nog (regelmatig) of zijn zelfs vrienden. Met deze vrouwen is in principe niets mis. Die hebben geen trauma’s, hebben hun verleden goed verwerkt en staan open voor de toekomst.

2. Weduwen. Daarbij is sprake van een glijdende schaal, met aan de ene zijde de diepbedroefden en niet te troosten weduwen en aan de ander kant de “lustige Witwen” die (veel) minder in de ban zijn van hun overleden echtgenoot. Het zal duidelijk zijn dat het voor een nieuwe partner moeilijk opboksen is tegen een ongrijpbare tegenstander, zoals in het eerste geval. (In het algemeen bij een extreme hechting, b.v. een hond of een paard.)

3. Vrouwen die hun man de bons hebben gegeven. Die hebben daar dus ervaring mee en zouden dat een tweede of volgende keer weer kunnen doen. Daar zou een man acuut bindingsangst van kunnen krijgen.

4. Vrouwen die door hun man zijn verlaten en dat als traumatisch hebben ervaren. Die vrouwen zouden bindingsangst kunnen ontwikkelen, waar je als man misschien machteloos tegenover staat.

5. Vrouwen die eigenlijk nooit een echte relatie hebben gehad. Een ruime en diverse categorie. B.v. BOM-vrouwen en andere alleenstaande moeders. De tweede vrouw in een overspelige relatie, die nooit de eerste vrouw is geworden (95% wordt dat niet). Psychiatrische gevallen van allerlei soorten en maten. De carrièrevrouw. En vul verder maar in. De grote vraag is waarom die nu juist op latere leeftijd een vaste mannelijke partner zoeken. En of ze dan weten waarvoor ze kiezen.

Take your pick.

Criteria

Bij het beoordelen van een potentiële partner op een dating-website zal bewust of onbewust gebruik worden gemaakt van een aantal criteria. Het is heel zinvol daar een goed beeld van te hebben.

In “het wild” gaan mensen die elkaar ontmoeten vaak af op de onbewuste criteria. Of ze elkaar op het oog “lekker” vinden. Als je elkaar (beter) leert kennen, komen (als het goed is) de bewuste criteria aan de orde. Bij e-dating gaat dat (grotendeels) andersom. De foto’s worden misschien nog min of meer onbewust beoordeeld, de profielteksten worden uitgeplozen, gewikt en gewogen. Maar zelfs als de bewuste criteria goed met elkaar sporen, ontbreek vaak bij de eerste ontmoeting de “klik”. En anders dan vaak in het “wild” (buurt, werk, sport e.d.) is er geen mogelijkheid tot herkansing. Vandaar waarschijnlijk de vele teleurstellende ervaringen met gratis websites. Men gunt de ander en zichzelf de tijd niet, want het aanbod lijkt schier onuitputtelijk. En een te snelle keus doet andere mogelijk lekkerder hapjes aannde neus voorbij gaan.

In de westerse cultuur is verliefd worden dè grond om een relatie aan te gaan. Het onbewuste en subjectieve criterium dus. Je houdt toch van elkaar, ongeacht wat je omgeving ervan vindt. In andere culturen hebben de bewuste en objectieve criteria vaak de bovenhand. Wat weer leidt tot gearrangeerde huwelijken. Waarbij (hopelijke) genegenheid en zelfs liefde (langzaam) groeit tussen de huwelijkspartners.
E-dating lijkt dus een soort mix tussen deze twee vormen. Eerst worden potentiële partners benaderd of afgewezen op grond van “harde” feiten (alle leugens daargelaten). En daarna moeten de vlinders fladderen en de fameuze “klik” worden gehoord. Met als enige verschil dat de regie in eigen handen is en niet in die van de ouders.

Onbewuste criteria

Het woord zegt het al, je bent je er niet of niet goed bewust van dat je die hanteert. Een voorbeeld daarvan is de reuk, ook al ruik je niet iets bijzonders dat je kunt benoemen. En later ook de smaak. Gutfeelings dus. Een ander voorbeeld is dat je een associatie hebt (positief of negatief) met iemand uit je verleden. Terwijl degene die voor je staat heel anders in elkaar kan zitten (een soort van projectie). Om maar niet te spreken van (jeugd)trauma’s. Maar dan komen we een beetje op het terrein van de kleine psychiatrie en dan is het eind zoek. Maar het gevoel speelt ongetwijfeld een grote rol.

Bewuste criteria

Die zijn beter te benoemen en te hanteren. Ze zullen voor iedereen anders zijn en verschillende belangrijkheidswaarde hebben. Een belangrijk verschil is of een criterium compensabel is of niet. Een niet-compensabel criterium leidt direct tot afwijzing. (In mijn eigen geval is dat b.v. roken en actieve godsdienstuitoefening. En ik zal ook vrijwel nooit de strijd aangaan met een hond of een paard, dat verlies ik toch).
Aan alle overige criteria, dus de compensable, zou je een bepaalde belangrijkheidswaarde, “B”, kunnen toekennen. En de potentiële partner op elk van die criteria scoren, “S”. Vermenigvuldiging geeft de criteriumscore “C”.

En daarna is het een eenvoudige rekensom:

B1 x S1 = C1
.
.
Bp x Sp = Cp
————-
Optellen = Ct

De gemiddelde criteriumscore “Cg” is dan Ct/p x 100. Dat is dus altijd een getal tussen de 0 en de 100. Een Cg van b.v. 70 of meer kan dan als mogelijk geschikte partner worden gezien. Al kun je ook op een geheel eigen manier met de scores omgaan, regels zijn daar niet voor. Maar zonder een positief gevoel gaat het natuurlijk niet werken.

Om aan te geven hoe snel het aantal potentiële partners afneemt wanneer men teveel met absolute d.w.z. aftestcriteria werk het volgende rekensommetje. Ervan uitgaande dat de )gemiddelde) kans op afwijzing 50% per criterium is (in de realiteit dus van 100 tot 0%).

Gewicht niet OK -> resteert 50 %
Lengte niet OK -> resteert 25 %
Financieel niet OK – resteert 12 %
IQ niet OK -> resteert 6 %
EQ niet OK -> resteert 3 %

Met vijf dichotome criteria met 50 % kans, wordt het aanbod teruggebracht tot 3 %! En dan hebben we het nog niet gehad over de “tegenpartij”, die ook zo’n sommetje zou kunnen maken. Als die net zo’n sommetje maakt (met dezelfde of andere criteria) wordt het percentage 0,03 x 0,03 = 0,0009 = 0,09%, dus zeg maar nul.

Met veel dichotome criteria wordt het snel vrijwel geen keus of de keus om dan maar alleen te blijven. Want uiteindelijk blijft het toch een soort emotionele economie. Je betaalt een bepaalde prijs en te krijgt daar iets voor terug.

Van belang is dat er altijd sprake is van een éénzijdige keuze. Beiden moeten een positieve keuze maken, anders is er geen “deal”. Hoe overtuigd de een ook kan zijn de ideale partner voor de ander te zijn. Maar dat is nu juist degene die uiteindelijk beslist (van niet). Tant pis, zeggen de Fransen in dat geval.

De slotsom is dat je best kritisch mag zijn en bewuste keuzen mag maken. Maar dat als je teveel pijlen op je Cupido-boog hebt, de kans dat je een hartje raakt eerder af- dan toeneemt.

Websites

Of het op elke website ook zo is, weet ik niet. Maar op een heel bekende was slechts 1/3 van de dames 55+ volledig lid tegen de 1/2 van de 55+ heren. Kortom, de dames stellen zich op als “prooi” en de mannen als “jagers”. Heel klassiek dus. Maar voor Diana, die zelf op jacht gaat, betekent een volledig lidmaatschap dus een belangrijk voordeel.

Uit een TV-programma van een paar jaar geleden kwam naar voren dat het succespercentage op “gratis” websites, waar je zelf mag kiezen, (zeer) laag is. Genoemd werd 7%! Op websites waar je niet zelf mag kiezen en je dus voorstellen krijgt, was het slagingspercentage stukken hoger (35%). Evenals de prijs. Tussen slagingspercentage en prijs bestaat wellicht een soort rechtevenredige verhouding.

Naar mijn mening kun je je eigen kans vergroten door je uitsluitend of nagenoeg te richten op leden die ook volledig lid zijn. Die zijn over het algemeen serieuser op zoek naar een partner dan hun gratis conculega’s. Tenzij je natuurlijk een clone van George Clooney of Doutzen Kroes tegenkomt, al zal jij dan niet de enige belangstellende zijn.

En verder ben ik van mening dat langdurig betalend lid zijn van een en dezelfde website weinig zinvol is. Een betalend lid wordt dan snel een balend lid. De in- en doorstroming van voor jou mogelijk geschikte kandidaten is daarvoor waarschijnlijk te gering. Maandelijks roteren tussen b.v. e-Matching, Match4me en 50plusmatch (en de rest van de tijd gratis lid blijven) levert m.i. meer op. Al zul je ook op die andere websites vaak weer bekende gezichten tegenkomen.

Aan het begin van je inschrijving zul je veel reacties krijgen; het new kid on the block effect. Laten wordt het beduidend minder. Vergelijk dat maar met een huis dat (te) lang te koop staat op Funda. Daar moet iets mee aan de hand zijn. Af en toe je nickname en foto’s wijzigen, is daarom te overwegen.

De meeste nieuwe inschrijvingen vinden plaats aan het eind van de zomer (mensen die weer niet of tegen heug en meug alleen op vakantie zijn gegaan) en aan het begin van het nieuwe jaar (mensen die het zwaar hebben gehad tijdens de “feestdagen” of goede voornemens hebben gemaakt.

Welkom

In dit blog wil ik mijn ervaringen, bevindingen, inzichten en ideeën boekstaven over e-dating in de derde levensfase. Mijn grote voorbeeld is Henk50, maar die schrijft over heel andere zaken. Zoals psychiatrie en fietsen, heel leesbaar. Hopelijk verschaft dit blog dolende AOW-ers op zoek naar een partner wat steun in de rug.

E-daten is namelijk als een schiettent op de kermis. Het kost een hoop, vaak is de loop van de buks krom en de hoofdprijs een waardeloze pluchen aap. Caveat emptor.

Een andere vergelijking. Het aanbod bestaat uit een grote bak relatieschroot, verroest en met scherpe kanten. Op zoek naar een sterke magneet, die echter al lang een even sterke tegenpool heeft gevonden.

Zo, de toon is gezet.